De vergunning voor opvang van honderdtweeƫnvijftig personen in Baarn bleef in stand. De beslissende vraag was niet alleen opvang tegenover natuur, maar vooral: wat stond en mocht er op die locatie al? De aanvraag betrof tien jaar opvang in bestaande bebouwing op een voormalig marechausseeterrein. Er was wel een afwijkende omgevingsvergunning nodig. Het bestaande gebruik maakte die vergunningplicht niet overbodig. Advocaat Saskia de Boer trad op als gemachtigde van het college. De verdedigde vergunning berustte op bestaande bebouwing, minder intensief gebruik en onderzoek naar de ruimtelijke effecten. Het college onderbouwde minder verkeer en geluid en aangepaste verlichting. De rechtbank accepteerde dat al een stedelijke functie bestond. Die concrete vergelijking droeg de vergunning beter dan alleen het belang van opvang. Voor de betrokken natuurregel maakte de bestaande legale bebouwing en verharding verschil. Volgens de rechtbank werd die regel niet geactiveerd. Daarom kwam zij niet toe aan de verlangde uitzonderingsroute. De aantoonbare rol van De Boer was de bijstand aan het college dat deze vergunning verdedigde. Het rapport zelf schrijven we niet aan haar toe. Dat onderzoek bleef het werk van de betrokken deskundigen. Dit vonnis zegt niet dat natuur altijd voor opvang moet wijken. Het resultaat hangt samen met bestaande functie, bebouwing en onderbouwde effecten. Een andere plek of uitbreiding kan andere toetsen activeren. Het beroep werd ongegrond verklaard. Hoger beroep is mogelijk; gebruik daarvan is voor deze analyse niet vastgesteld. Lees de volledige bespreking op Bouwrecht in Nederland.